Dichterbij dan gedacht

Gepubliceerd op

Het probleem met de introductie van een centraal begrip, in dit geval eenheid, is dat het niet nieuw is. Zoals eerder aangegeven, is er al veel vaker geprobeerd de ‘werkelijkheid’ te herleiden tot een transcendentaal of ideaal begrip.

Ook al positioneert de eenheid zich buiten het conventionele kennen, toch is ook de idee van eenheid zelf een conventionele en kan het bijvoorbeeld onderscheiden worden van niet-eenheid. En daar is weer een tegenstelling, gelijk aan de aloude tussen transcendent/immanent, materieel/geestelijk etc. Het dubbele is dat we zowel in eenheid als in niet-eenheid leven. An sich is het één, maar wij hebben het gedeconstrueerd en in laagjes verdeeld.

Laten we proberen dit plat te slaan: alle zaken die wij feiten noemen zijn veronderstellingen; in strikte zin zijn ze niet waar, althans niet volledig waar. Het blijven benaderingen, pogingen, gissingen. Dat geldt zowel voor iedere empirische waarneming, als voor iedere redelijke logische conclusie: onze rede heeft dus geen voorkeurspositie t.o.v. de empirie.

We ontkomen er echter niet aan deze veronderstellingen voor (conventioneel) waar te houden, omdat we een kader (oftewel zekerheden) nodig hebben om onze werkelijkheid vorm te geven. Ieder ‘feit’, ieder ‘object’, iedere gedachte is subjectief ingekleurd en (voor)bepaald. En toch is er een overlap met de eenheid: het is niet zo dat wij in een compleet fictieve werkelijkheid leven en hoogstens kunnen speculeren over de ‘echte’ buitenwereld. We maken immers allemaal onderdeel uit van de eenheid.

Een frase zoals ‘interactie met de eenheid’ zou een grote contradictie zijn, omdat de eenheid alles an sich omvat, terwijl er niets buiten die eenheid is wat ermee zou kunnen interageren. Wellicht is het nog mogelijk om een gedachtesprong te maken naar de eenheid d.m.v. speculatie en door te proberen het onderscheid op te heffen. Eigenlijk hebben we dat deels al gedaan, maar slechts op meta-niveau, zoals ik in de vorige blog heb gesteld. Dit houdt in dat we slechts een begrip over de werkelijkheid an sich hebben gevormd, zonder haar in de kern te vatten. Ons denken kadert en vormt haar buitenwereld, maar kan zich niet buiten onze eigen subjectiviteit plaatsen.

En toch is er dus een vorm van overlap tussen ons kennen en de buitenwereld. Ik heb het eerder gehad over ‘benadering.’ Dit moet niet gedacht worden als een continue verbetering, of als een steeds dichterbij komen; het heeft niet te maken met richting. Iedere vorm van benadering staat op zichzelf, en kan niet goed of fout zijn. Wij kunnen immers niet als buitenstaander oordelen of we al dan niet de ware werkelijkheid geraakt hebben.

Deze positie heeft nog een gevolg: het is zelfs niet uit te sluiten dat er een volledige overlap is van onze kennis met de waarheid, alleen zal dit nooit ‘objectief’ vast te stellen zijn. Uiteindelijk missen wij de instrumenten om de werkelijkheid te vatten waar we eigenlijk al middenin zitten. Dit is een grote paradox die nog verder uitgezocht moet worden. Maar de waarheid is dus dichterbij dan gedacht.