De stelling uit mijn vorige blog, dat de gehele (conventionele) werkelijkheid, zoals die aan ons verschijnt, een actieve constructie is, zet ons voor een flink aantal nieuwe problemen.
Ten eerste impliceert het dat constructie plaatsvindt vindt vanuit het ik, het subject. Datzelfde ik heeft een meervoudige rol in onze analyses gespeeld: het is zowel allesbepalend voor de kennis (vanuit het solipsisme), het is niet vast te pinnen (als een metafysische entiteit) en het is een verkeerde of vertekende weergave, omdat het de eenheid opdeelt in een schijnbare tegenstelling tussen ik en buitenwereld.
Kunnen we stellen dat voor aanvang van constructie, er een ware realiteit is waar datzelfde ik deel van uitmaakt, om zich er vervolgens (tijdens constructie) geheel aan te onttrekken, door gelaagdheid te construeren? En hoe, als het al kan, is een beginpunt van dat ik aan te wijzen? Ik zou bijvoorbeeld kunnen stellen dat een pasgeboren baby een onbeschreven blad is, en nog niets geconstrueerd heeft. Dat is echter lang niet zeker. Wellicht is de baby voor de geboorte al getekend door gevoelens en gedachten, waardoor het zeker niet met een zogenaamde ‘neutrale blik’ geboren kan worden.
Dit is trouwens ook allemaal on-gerichte speculatie. Er valt net zomin iets zinnigs over aanvang van het leven, als over het einde ervan te zeggen, zoals ik in de vorige blog heb genoemd. Dan: begint de constructie met de (totaal onbepaalde) aanvang van het bewustzijn? Deze laatste term zet ons voor nog meer moeilijkheden. Het bestaan of het zijn van een bewustzijn kan nooit empirisch dan wel logisch vastgesteld worden; dat maakt het met recht tot een metafysisch ‘ding.’ Dat geldt trouwens evenzeer voor de geest of ziel.
Er zijn mensen die deze zaken terug willen voeren op materialistische oorzaken. Daar ben ik geen voorstander van: je kunt niet simpelweg twee conventioneel onverenigbare domeinen (fysische en metafysische) aan elkaar knopen door dezelfde spelregels te hanteren. En mijn gehamer op eenheid dan? Dat neemt de onderscheiden en lagen in ons domein (het 2e) niet weg, en probeert ze ook niet op te heffen. Ik heb niet de hoop, of zelfs het vermoeden, dat een gedegen uitleg van de eenheid alle fenomenen in onze belevingswereld zou kunnen verklaren. Het zijn immers compleet verschillende speelvelden.
Even terug naar de constructie. Waar ik hiermee naartoe wil, is het volgende: we kunnen onze constructies niet ineens ongedaan maken. We kunnen immers ons ik, ons subject-zijn ook niet van ons afwerpen (zoals ik al vaak heb gesteld). Ik heb overigens wel gehamerd op het actieve aspect van constructie; als deze actief is, kan deze dan niet bijgesteld of gecorrigeerd worden? Het is zonder meer vast te stellen dat we onze ideeën en gedachtes aan kunnen passen, maar dit kan toch zeker niet met directe indrukken (om het onderscheid van Hume maar even te lenen)?
Ik blijf echter bij het punt dat een zintuiglijke indruk niet louter passief is, en meteen wordt ingekaderd op het moment dat de indruk plaatsvindt. Maar hoe? En dat beginpunt impliceert weer het belang van tijd; wat is de betekenis hiervan? Zo zie je maar: voor iedere stelling komen er weer meer vragen bij…