Deze reeks analyses is inmiddels als een complex schaakspel geworden, met veel herhaalde zetten en onverwachte correcties.
Tegelijkertijd heb ik mijn ‘systeem’ of positie steeds sterker naar voren gebracht. Ik zet het woord nog tussen haakjes, omdat het nog lang niet af is, en omdat het systeem geen zicht biedt op het vinden van waarheid dan wel kennis. Het is eerder agnostisch: het is een anti-systeem. Daar komen we later nog op terug.
De meeste stellingen die ik neergezet heb zijn niet nieuw; ook lees ik steeds over meer over mijn voorgangers. Parmenides’ idee over het Ene bijvoorbeeld, komt sterk overeen met mijn analyse over eenheid. Het gevaar is wel (en daar ben ik me al lang van bewust), is dat eenheid weer een soort Ding an sich is, wat weer tot een heel scala aan cirkelredeneringen leidt. De ironie is dat ik eenheid al vaker expliciet als Ding an sich heb neergezet, en dus als onkenbaar. Herstel, ik moet mezelf continu corrigeren: we kunnen eenvoudigweg niets met zekerheid zeggen over eenheid dan wel waarheid.
Ik moet wel scherper gaan stellen wat ik met het begrip ‘waarheid’ bedoel. Ik vind de combinatie ‘ware eenheid,’ zoals ik die eerder ergens gebruikt heb, wel treffend. Een ware bewering over de ‘ware’ realiteit. Voordat de kritiek op de tautologie komt, laat ik duidelijk zijn: ik gebruik de term waar in strikte zin alleen voor een ontologisch zijn. Niet voor een specifiek zijnde dus, maar voor het meest fundamentele zijn. Als er een ‘juiste’ bewering gedaan zou kunnen worden over de aard van het zijn, dan is zij ‘waar.’
Het probleem is: voor het toetsen van een dergelijke stelling ontbreekt elke vorm van ‘objectief’ criterium, zoals ik al vaker heb aangegeven. Ook een zgn. stelling over de eenheid is niet waar (of onwaar), maar slechts speculatie. Mijn positie is aan het einde van de rit slechts agnostisch t.o.v. de inhoud van de waarheid. In het dagelijks leven streven we naar conventionele waarheid; dat is niet erg, sterker nog, dat is beter wel dan niet te adviseren. Streven naar het bereiken van de waarheid is als proberen het Ding an sich op te pakken en op tafel te zetten.
Mijn scepsis richt zich vooral op het zogenaamde positivisme. Alle voorgaande methodes zijn inadequaat gebleken voor strikte waarheidsvinding; ik ben dan ook zowel een anti-empirist als een anti-rationalist. Met de term anti-idealist ben ik voorzichtiger, aangezien de eenheid een idee is, en de rol van het transcendente in mijn ogen een noodzakelijk kwaad is.
Wij zijn niet een soort van ‘bevoorrecht’ met het hebben van een rede of verstand, waarmee wij tot waarheid zouden kunnen komen. En evengoed zijn er geen ‘volmaakte’ Ideeën die terug gevonden zouden kunnen worden (als in de vergelijkingen van Plato); deze ideeën zijn ook weer louter speculaties. Kortom: het lijkt erop dat we weer terug zijn bij Socrates: het enige wat ik weet, is dat ik niets weet. Toch, en dat is het lastige, ben ik ook geen zuiver agnost; ik probeer net als zo veel anderen voor mij een ‘zekerheid’ of basis te vinden, wat geresulteerd heeft in de idee van eenheid. Blijkbaar is het niet zo makkelijk om een agnost te vangen en vast te pinnen.