De veelbesproken eenheid lijkt nu letterlijk alles te omvatten, waarmee het alle onderscheid lijkt weg te nemen. Want ieder onderscheid is een constructie van ons (van het ik) en daardoor een vertekening of afrastering.
Ik heb al gesteld dat mijn systeem eerder een antisysteem is. Dat bleek al door de eerdere analyses over de twee domeinen, waarbij het 1e domein uiteindelijk het onderscheid en de grens opheft. De indelingen, de lagen, zijn door ons bedachte constructies die niets waars zeggen over de realiteit.
Het is nu wel wreed doch rechtvaardig om te stellen (en niet voor de eerste keer) dat het zijn van de ‘fysieke,’ waarneembare wereld net zomin zeker is als het zijn van God, de ziel, een parallel universum etc. Ik vertrouw op de realiteit, op hetzelfde niveau als ik in God geloof. Over de aard van alle genoemde zaken kan ik, kan iedereen slechts speculeren.
Wat betreft wetenschappelijke theorieën sluit ik me aan bij Popper, die stelt dat alle theorieën slechts gissingen zijn en (als ze goed opgesteld zijn) gefalsifieerd kunnen worden. Het probleem hier is dus echter het ontbreken van een waarheidscriterium, dus een maatstaf aan de hand waarvan een bewering getoetst kan worden. De enige uitweg is hier het gebruik van conventionele waarheid. Als bijvoorbeeld een observatie overeenkomt met een voorspelling of theorie, dan zou de theorie ‘waar’ zijn.
Ik hanteer waarheid echter als iets dat alleen betrekking heeft op en één is met het ware zijn. Popper gaat wel mee met de gedachte van Kant dat de realiteit op zichzelf (en dus de waarheid) onkenbaar is, maar hij stelt ook dat door falsificatie van theorie A, en de introductie van nieuwe theorie B (die nog niet gefalsifieerd is), we steeds dichterbij kunnen komen.
Over dat ‘dichterbij komen:’ dat dacht ik, en denk ik nog steeds; zie mijn eerdere analyses over benadering. Ook hier is de crux weer het ontbreken van een maatstaf. Die is er niet: wij (ik) zouden een maatstaf meteen gelabeld en afgerasterd hebben, waardoor zij onbruikbaar zou zijn voor het beoordelen van een ware uitspraak. Ik herhaal: ware uitspraken zijn niet onmogelijk, maar juist onmogelijk om te toetsen. En de suggestie dat al onze kennis en wetenschap de afgelopen eeuwen vooruit gegaan is, is een wilde gok. Moderne theorieën hebben net zomin een maatstaf als oudere.
In die zin, en daar ondersteun ik Popper, is iedere theorie net zo goed een verzinsel als enig ander verhaal, zoals een mythe. De stelling dat een historische verhandeling teruggrijpt naar ‘feiten’ is al even absurd: het draait om verhalen, veronderstellingen, gissingen etc. Er kan simpelweg geen ‘objectieve’ maatstaf geplaatst worden.
Eigenlijk probeer ik aan het einde van de rit de metafysica en de zgn. fysica bij elkaar te proppen, net zoals het 1e en 2e domein in het geval van eenheid. Of dat helemaal gaat lukken (en of het verstandig is) dat moet nog uitgewezen worden.