Het ene is onzekerder dan het andere

Gepubliceerd op

Ik heb tot dusver veel nadruk gelegd op de onzekerheid: het nooit zeker kunnen weten. In de laatste blogs heb ik dus ook veel gehamerd op de epistemologische tak van sport; het wordt nu zaak die duidelijker te verbinden met de ontologische tak.

Eenheid staat centraal in mijn systeem, zoals ik hiervoor ook al gesteld heb. De eenheid is het ware zijn, en tegelijkertijd de mogelijkheidsvoorwaarde voor het zijn. Ik herhaal, ik ben niet de eerste of de enige die een ideaal centraal stelt, en mijn systeem heeft waarschijnlijk ook niet meer overtuigingskracht dan een andere.

Alles is een vorm van speculatie; of het nu om een metafysische theorie gaat, om de uitkomsten van een wetenschappelijk experiment of het ‘eenvoudige’ waarnemen van een ‘object’ is. Niets van dat alles is zeker in ware zin en is nergens op gefundeerd (als in ontologische grond).

In tegenstelling tot wat Heidegger bijvoorbeeld beoogde met het Dasein, pretendeer ik niet dat eenheid (mits verder uitgewerkt) ons ook maar iets wijzer kan maken over de ontologische dan wel fenomenologische aard van ‘zijnden.’ Zelfs hoe zaken aan ons verschijnen is niet met zekerheid aan te geven, of enige zekere structuur aan te brengen.

Eenheid wordt eigenlijk als contradictie gebruikt: het kan nadrukkelijk niet gekend worden. In eenheid is ook geen verschijning, omdat een conventionele verschijning aan ons (aan mij) gelaagd en geconstrueerd is. Eenmaal in zuivere eenheid (hypothetisch of speculatief) is ieder onderscheid opgeheven, dus ook het ‘object’ dat verschijnt en de ‘waarnemer’ of subject.

Ik maak me dus wel degelijk schuldig aan transcendentaal idealisme, maar ik pretendeer dus niet er zoiets is als een a priori structuur of een ‘gegeven’ buitenwereld. Ik geloof wel in een buitenwereld, maar ik kan het niet bewijzen (zoals niemand dat kan). De stellingen die ik doe over de inhoud van eenheid zijn per definitie speculatief, waardoor het niet als een fundamentele basis gezien moet worden waar vervolgens alles uit afgeleid kan worden. En dat is juist het kromme: de eenheid staat centraal, maar is geen grond of fundament; het is eerder een ‘black box.’

Nog even over de specifieke gerichte speculatie: dit heeft dus betrekking op de analyse van het ware zijn (eenheid, 1e domein). Ongerichte speculatie is alle overige speculatie m.b.t. conventionele zaken; of het nu empirische wetenschap of meer alledaagse oordeelsvorming is. Let wel, dat maakt het geen diskwalificatie van het conventionele (2e) domein: wij hebben dit domein nodig en hebben grootse ontdekkingen gedaan en structuren aangebracht hierin. Waar de miscommunicatie plaatsvindt, is de positieve gedachte dat we de aard van de werkelijkheid (black box, Ding an sich) zouden kunnen kennen, of dat die zich op enige andere manier zou kunnen ontsluiten. Toch, en dat is nog wel het vreemdste aan dit verhaal, gaan we zeker nog proberen diezelfde aard te ontdekken. Wie weet is de eenheid nog niet zo ‘een’ als ik zou verwachten…