Categorie: Deel 5

  • De paradoxale uitweg

    We hebben hiervoor al geconstateerd dat vertrouwen niet aan de basis kan staan van eenheid; deze heeft immers geen fundament of grond nodig. Onze (mijn) constructies hebben daarentegen wel vertrouwen nodig om te kunnen zijn. De geconstrueerde zijnden kunnen zich pas uiten (of existeren) als het construerende subject er vertrouwen in heeft.

    Ik wil hier even wat scherp stellen over onze kennis over constructies. Al onze (conventionele) kennis is per definitie kennis over een constructie; kennis over eenheid is immers onbewijsbaar. Tegelijkertijd is iedere constructie ook onderdeel van de eenheid, omdat eenheid alles omvat.

    Dat leidt echter tot de volgende paradox: wij kennen strikt genomen een stukje van de eenheid, maar de eenheid kan niet in ‘delen’ gekend worden. Oftewel: we kennen het helemaal (waardoor er geen onderscheid meer zou zijn tussen subject en object), of we kennen het niet.

    Deze paradox geldt ook voor de criteria. Zuivere eenheid (zuiver is overigens een tautologische nadruk, geen toevoeging) heeft geen criterium nodig aan de hand waarvan haar zijn vastgesteld moet worden. Maar wij moeten wel een criterium vaststellen aan de hand waarvan wij om moeten gaan met die eenheid.

    Vertrouwen kan hier een ‘schijn-basis’ zijn voor eenheid, omdat wij enkel over eenheid kunnen denken en spreken als over iedere willekeurige constructie; wij kunnen het niet vatten in haar een-zijn. Er is geen maatstaf voor ons om met eenheid om te kunnen gaan, daarom rest er slechts vertrouwen, net zoals we vertrouwen op het zijn van conventionele zaken.

    Nogmaals, er is net zomin volledige ‘zekerheid’ over het zijn van een constructie als over het zijn van eenheid. Het enige verschil is dat wij ‘toegang’ lijken te hebben tot het resultaat van constructie, zoals bijvoorbeeld de waarneembare butenwereld. Daarnaast hebben we onze rationele logica, die ons ook veel inzicht in de aard van constructies gebracht heeft. Let wel, deze logica zegt niets waars over de ‘objectieve’ eenheid, maar kan wel iets sluitends zeggen over een conventionele constructie.

    Toch is er altijd, bij alles (en dit is speculatie!) sprake van de aanwezigheid van eenheid. We kunnen haar alleen niet geïsoleerd vastpinnen, zoals ik ook in eerdere schema’s heb weergegeven. Omdat wij individuele (onzuivere) subjecten zijn, worden we gedwongen de eenheid in een constructie te proppen, die haar onomkeerbaar vertekent. De paradox is weer dat de eenheid aanwezig is in iedere constructie, en dat iedere constructie weer onderdeel is van diezelfde eenheid. Ergens had ik het over het ‘zichzelf opheffende onderscheid;’ wij maken onderscheid tussen eenheid en niet-eenheid, terwijl als er sprake is van eenheid, iedere vorm van onderscheid opgeheven wordt.

    De eerlijkheid gebiedt dat mijn analyse, net zoals de hele filosofie, bol staat van de paradoxen. De twee domeinen, het spreken over transcendente zaken, over zaken die niet gekend kunnen worden.

    Uit ervaring blijkt dat paradoxen geen oplossing bieden; ze zijn immers onoplosbaar. En ook al is mijn analyse niet bedoeld om een sluitende oplossing te bieden, ik kan niet zeggen dat het er zo leuker op wordt.

  • Ik vertrouw dat er iets is

    Het belang van een persoonlijk gevoel bij een uitspraak, waarneming of ieder andere vorm van kennisaanname mag niet onderschat worden. Als ik niet overtuigd ben van een zogenaamd ‘feit,’ dan is het voor mij geen feit. Zodoende bestaan er geen ‘losstaande’ objectieve feiten, omdat ieder feit geabsorbeerd en geïnterpreteerd wordt door een individueel subject. Ieder subject construeert zijn eigen versie van het feit, als onderdeel van zijn geconstrueerde werkelijkheid. De notie dat er een universeel, door alle mensen gedeeld begrip van een feit, zou bestaan, is een absurde notie, want: a. het gedeelde begrip is onmogelijk te bewijzen en b. er is geen objectieve toetsing van mogelijk.

    Ik heb vaker gezegd dat ik wel degelijk vertrouw op het zijn van een objectieve buitenwereld, maar dit is dus meer een gevoel dan dat het te bewijzen of te staven is. Voor iedereen geldt: er moet een gevoel voorafgaan bij het accepteren van een gegeven (conventioneel of niet-conventioneel). Als dat gevoel er immers niet is, rest alleen maar heilloze twijfel. Dit is trouwens voor een groot deel in lijn met de stellingen van Jacobi, waarover later meer.

    In mijn eerdere werk heb ik wel expliciet verschil gemaakt tussen gevoel en vertrouwen. Vertrouwen zou aan de basis staan van conventionele veronderstellingen, terwijl gevoel niet zo’n funderende rol zou hebben, maar er gewoon zou ‘zijn’ bij een subject. Bij nader inzien kunnen we gevoel wel degelijk aan de basis stellen van waarheidsaanname, al dan niet conventioneel. Dus zowel conventionele als gericht-speculatieve uitspraken moeten vertrouwd worden (‘vertrouwd’ klinkt beter dan ‘gevoeld,’ vandaar de terminologische verwarring).

    Uiteindelijk zitten we hier weer sterk vastgekleefd aan het solipsisme: ik ben de enige die iets kan zeggen over mijn gevoel. Een ander kan zijn gevoel onder woorden brengen, maar dat geeft nooit enige inzage in zijn ervaring van gevoel. Het antwoord op de eerdere vraag (is gevoel een criterium voor vertrouwen?) moet dan ook negatief beantwoord worden. Gevoel is hooguit een persoonlijk criterium en kan niet gebruikt worden om objectiviteit (als in eenheid) aan te toetsen. Tegelijkertijd is het wel een heel interessante stelling om te zeggen dat alle kennis zou beginnen met gevoel. Begint zijn dan ook met gevoel? Nou, daar ligt weer de constructieve verdraaiing op de loer. Als onzuiver subject heb ik de buitenwereld geconstrueerd, gebaseerd op gevoel, maar het gevoel zelf kan niet constituerend zijn voor het zijn van de eenheid. Wel onderdeel van, maar niet het fundament van.

    Dit werpt een heel ander licht op de uitspraak ‘ik geloof dat er iets is.’ We geloven eigenlijk allemaal dat er iets is, maar de reikwijdte van dat ‘iets’ is dus veel groter. Alles moet geloofd of vertrouwd worden voordat het er is. Dat is een boude uitspraak, die in de volgende blogs verder onderzocht zal worden.