Blogs

  • Verhouding met de buitenwereld

    We gaan nu een aantal gedachtegangen verzamelen en uitwerken om de betekenis van de ik-kennis helder te krijgen.

    In de lijn van Kant steun ik (overduidelijk) dat het Ding an sich onkenbaar is. Alle kennis gaat uit van het ik (vergelijkbaar met Fichtes ‘het ik stelt zichzelf.’) Het punt waar ik op afwijk van Fichte, is dat naar mijn visie er wel zeker een Ding an sich is, maar dat deze simpelweg niet kenbaar is. Het zijn van het Ding an sich is evenwel ook een voorwaarde voor kennis. De objectieve (gegeven) realiteit buiten het ik, bepaalt en vormt de ik-kennis.

    Dit is vergelijkbaar met de visie van Schopenhauer m.b.t. de voorstelling. Subject en object kunnen in het licht van kennis niet zonder elkaar bestaan. Ware kennis moet volgens Schopenhauer te herleiden zijn tot Anschauung van de wereld. In die lijn wil ik stellen dat er zonder buitenwereld geen ik-kennis kan bestaan: ik en buitenwereld veronderstellen elkaar in het in licht van kennis.

    Let wel, we kunnen kennisinhoudelijk niets zeggen over de buitenwereld. Als we proberen de buitenwereld ‘objectief’ of an sich te beschouwen, zetten we een streep door het begrip kennis en plaatsen we een groot vraagteken. Hetzelfde gebeurt als we het ik op zichzelf proberen te beschouwen.

    Er is een immanente relatie tussen buitenwereld en ik: beiden zijn dus nodig om van kennis te spreken. Bovendien zijn het ik en de buitenwereld a priori gegeven. Het hoe (en wat) van de buitenwereld wordt door het ik ingekleurd (door waarneming, voorstelling, begrip etc.).

    Synthese met het ik van een ander is onmogelijk, en kan niet tot een gemeenschappelijke ‘objectieve’ standaard leiden. Vanuit de aanname dat de gegeven buitenwereld gevuld is met meerdere denkende ik-subjecten, betekent dit dat er een x-aantal wereldbeelden / constituties zijn, die onmogelijk verenigd kunnen worden. Deze visie lijkt overeen te komen met de these van Nietzsche, namelijk dat er geen objectieve realiteit is, maar slechts een verscheidenheid aan subjectieve perspectieven. De relatie tussen mijn beschouwing en die van Nietzsche zal op een later moment behandeld worden.

    ‘Ware’ kennis is van jou, van mij, van het ik. (Schijnbare) ‘kennis’ buiten het ik-individu kan en mag geen kennis genoemd worden. De zaken die wij in het dagelijks leven voor ‘waar’ aanzien, die wij feiten noemen, zijn louter aannames, en niet gestoeld op kennis.

    Hoe zit het dan met overdrachtelijke kennis, de ik-kennis die wordt overgedragen van de een naar de ander (door een medium zoals boek, blog of video)? Is deze niet valide? En als iedereen dezelfde overtuiging zou delen, hetzelfde stukje ik-kennis, met dezelfde inhoud, is deze dan niet waar?

    Het punt is dat de waarheid te benaderen is, maar nooit volledig te bereiken zal zijn. Onze (mijn, jouw) kennis zal nooit toereikend zijn om het alles, de waarheid te omvatten.

    Dat betekent niet dat we niet naar kennis zouden moeten streven; wel dat we wat minder hoogdravend moeten doen over onze wetenschappelijke en technologische ontdekkingen. We moeten bescheidener over en kritischer op onze kennis zijn, om fouten en valse aannames sneller te detecteren.

    En deze blogs vormen hopelijk een hernieuwde aanzet tot die kritiek.

  • Kennis en het ik

    Voordat we naar de hoedanigheid van een fundament van kennis kunnen kijken, zijn er nog een aantal vragen die gesteld moeten worden. Een daarvan is de vraag: wat is ervaring?

    We kunnen stellen dat ervaring altijd een wisselwerking is tussen subject en object: een subject ervaart een object (hij neemt deze waar). Als we nog een stap verder gaan, zouden we kunnen kijken naar bewustwording.

    En hier betreden we een gevaarlijk gebied (in het licht van een kennisfundament), omdat we opnieuw een beroep zouden moeten doen op veronderstelling. Ik weet namelijk dat ik me van mezelf bewust ben, en van de wereld om me heen, en dat ik de buitenwereld ‘ervaar.’

    Maar dat is nu juist het probleem: ik ervaar, ik denk (vergelijk Descartes’ cogito ergo sum), terwijl ik dit onmogelijk kan zeggen van anderen buiten mijzelf. Ik kan bijvoorbeeld niet bewijzen dat een ander boos is, blij is of pijn voelt, zelfs als de ander alle uiterlijke kenmerken van die toestand vertoont.

    Als we dit doortrekken, maakt deze stelling van kennis, alle kennis, een ik-kennis. Niet specifiek kennis over mij en mezelf, maar kennis over de buitenwereld die alleen bij mij ligt. Dit ligt dan ook in het verlengde van wat ik eerder gesteld heb, namelijk dat alle kennis per definitie subjectief is (of omgekeerd: er bestaat geen objectieve kennis).

    Ik wil hier nu een andere term gaan gebruiken, omdat Schopenhauer terecht heeft geconstateerd dat het gebruik van de termen ‘subject’ en ‘object’ tot verwarring heeft geleid. Ze veronderstellen elkaar: er kan alleen iets (object) gekend worden, als er ook een kennend (subject) is. In plaats van subjectieve kennis, zal ik in het vervolg over het eerder hierboven genoemde ik-kennis spreken. Ik wil dus benadrukken dat het niet om kennis over mijzelf gaat, maar om de kennis die het ik zelf bezit.

    Alle kennis is dus per definitie ik-kennis. Dat geldt ook voor de kennis die tot mij (tot ons) is gekomen door andere bronnen (lezen, horen, zien, analoog dan wel digitaal). Ieder stukje kennis is door het ik (door mij) geïnterpreteerd, geconstrueerd, gevormd tot mijn persoonlijke kennis.

    Alle informatie gaat per definitie door het ik-filter, wordt ik-kennis, ongeacht bij wie het terecht komt, bij mij of een ander.

    Deze wereld is mijn wereld. Dat heeft niets met macht of schepping te maken, maar puur met kennis over de wereld: ik ken de wereld, zoals ik het ken. En ik kan dus niet te weten komen hoe de ik-wereld van een ander er uit ziet, laat staan dat ik de ik-kennis van een ander zou kunnen kennen. Want op dat moment gaat het meteen door mijn ik-filter, en wordt het mijn kennis. Deze visie komt waarschijnlijk deels overeen met de leer van Fichte, waar ik in een andere blog op terug zal komen.

    Voor het gemak doen we in het dagelijks leven alsof we allemaal grofweg dezelfde interpretatie hebben van dezelfde informatie, en dat we dezelfde ervaringen delen. Het leven wordt erg vreemd als we die veronderstelling wegnemen; voor mijn onderzoek naar kennis is het echter van groot belang dat we alle valse fundamenten onderuit halen.

    Voor nu hebben we voorlopig een ‘solide’ fundament gevonden: de ik-kennis. Nu wordt het zaak te kijken hoe solide het is.