Blogs

  • Een eindeloze constructie

    We moeten nu een stap terug doen, namelijk naar ons beeld van de ‘werkelijkheid.’ Het is belangrijk te benadrukken dat wij (ik) de wereld actief construeren, continu, zonder eindpunt. Wij nemen niet passief waar, maar actief: we vervlechten al onze waarnemingen, gedachten en gevoelens in elkaar tot ‘iets’ dat wellicht een overlap heeft met de ware realiteit.

    Iedere vorm van structuur waarin bijvoorbeeld het zijn ontsloten zou kunnen worden, is een actief geconstrueerde structuur, dat zowel ieder zijnde als iedere vorm van zijn an sich vervormt. Dit vervormen is niet louter negatief: het maakt de zijnden niet verkeerd, vals of onwaar. Er kan immers een overlap zijn tussen de constructie en het ‘ware’ zijnde.

    Wel moet benadrukt worden dat er geen enkele voorgegeven (of a priori) structuur is die niet geconstrueerd is door het ik. De ‘gegeven’ buitenwereld, zoals ik die eerder heb genoemd, is niet aplomb gegeven, maar veeleer verondersteld.

    Sterker nog, de hele (vermeende) tegenstelling tussen het ik en de buitenwereld is een veronderstelling, die de basis vormt van zowel alle (conventionele) kennis, als van alle speculatie over de eenheid. Ik moet hier even uitleggen wat ik precies met ‘veronderstelling’ bedoel; het overlapt grotendeels met de gangbare betekenis, maar ik gebruik het expliciet als vooronderstelling. Het geeft weer wat ‘neergezet’ wordt voordat we ons denkproces van constructie en speculatie beginnen. De idee van een gegeven buitenwereld is er daar een van, evenals de noties van ruimte en tijd.

    Constructie is dus het proces van het actief opbouwen van de werkelijkheid. Dat heeft echter geen eindpunt in ons leven (bij de dood stopt het waarschijnlijk, al weet niemand wat ‘dood’ inhoudt). Ik bedoel hiermee dat we continu ons denken en onze waarneming bijschaven en dus ook de geconstrueerde werkelijkheid blijven aanpassen. Eigenlijk is het net als met conventionele kennis: een spel van herhaaldelijke gissingen.

    Speculatie gaat hand in hand met constructie: er leeft bij ons een eeuwig streven naar waarheid, naar inzicht in het Alles. We maken onszelf wijs dat we de constructie kunnen ‘voltooien’ en de speculatie kunnen overkomen. Maar dat zit er, zoals gezegd, helaas niet in.

    En het zuivere subject dan, dat in staat is de waarheid te vatten, construeert dat ook? Of is de eenheid voor dat subject verondersteld, net zoals de buitenwereld dat voor ons is? Maakt het zuivere subject juist de omgekeerde richting, naar het 2e domein met haar onderscheiden, en construeert het ‘dezelfde’ werkelijkheid? Let wel, dit gaat louter over mogelijkheden van het zuivere subject, niet over eventuele doelen of noodzakelijkheid. De gestelde vragen openen een heel nieuw perspectief, dat tegelijkertijd sterk samenhangt met mijn domein-gerelateerde vragen uit eerdere blogs. De constructie gaat dus gewoon verder, maar dat mag geen verrassing zijn.

  • Dichterbij dan gedacht

    Het probleem met de introductie van een centraal begrip, in dit geval eenheid, is dat het niet nieuw is. Zoals eerder aangegeven, is er al veel vaker geprobeerd de ‘werkelijkheid’ te herleiden tot een transcendentaal of ideaal begrip.

    Ook al positioneert de eenheid zich buiten het conventionele kennen, toch is ook de idee van eenheid zelf een conventionele en kan het bijvoorbeeld onderscheiden worden van niet-eenheid. En daar is weer een tegenstelling, gelijk aan de aloude tussen transcendent/immanent, materieel/geestelijk etc. Het dubbele is dat we zowel in eenheid als in niet-eenheid leven. An sich is het één, maar wij hebben het gedeconstrueerd en in laagjes verdeeld.

    Laten we proberen dit plat te slaan: alle zaken die wij feiten noemen zijn veronderstellingen; in strikte zin zijn ze niet waar, althans niet volledig waar. Het blijven benaderingen, pogingen, gissingen. Dat geldt zowel voor iedere empirische waarneming, als voor iedere redelijke logische conclusie: onze rede heeft dus geen voorkeurspositie t.o.v. de empirie.

    We ontkomen er echter niet aan deze veronderstellingen voor (conventioneel) waar te houden, omdat we een kader (oftewel zekerheden) nodig hebben om onze werkelijkheid vorm te geven. Ieder ‘feit’, ieder ‘object’, iedere gedachte is subjectief ingekleurd en (voor)bepaald. En toch is er een overlap met de eenheid: het is niet zo dat wij in een compleet fictieve werkelijkheid leven en hoogstens kunnen speculeren over de ‘echte’ buitenwereld. We maken immers allemaal onderdeel uit van de eenheid.

    Een frase zoals ‘interactie met de eenheid’ zou een grote contradictie zijn, omdat de eenheid alles an sich omvat, terwijl er niets buiten die eenheid is wat ermee zou kunnen interageren. Wellicht is het nog mogelijk om een gedachtesprong te maken naar de eenheid d.m.v. speculatie en door te proberen het onderscheid op te heffen. Eigenlijk hebben we dat deels al gedaan, maar slechts op meta-niveau, zoals ik in de vorige blog heb gesteld. Dit houdt in dat we slechts een begrip over de werkelijkheid an sich hebben gevormd, zonder haar in de kern te vatten. Ons denken kadert en vormt haar buitenwereld, maar kan zich niet buiten onze eigen subjectiviteit plaatsen.

    En toch is er dus een vorm van overlap tussen ons kennen en de buitenwereld. Ik heb het eerder gehad over ‘benadering.’ Dit moet niet gedacht worden als een continue verbetering, of als een steeds dichterbij komen; het heeft niet te maken met richting. Iedere vorm van benadering staat op zichzelf, en kan niet goed of fout zijn. Wij kunnen immers niet als buitenstaander oordelen of we al dan niet de ware werkelijkheid geraakt hebben.

    Deze positie heeft nog een gevolg: het is zelfs niet uit te sluiten dat er een volledige overlap is van onze kennis met de waarheid, alleen zal dit nooit ‘objectief’ vast te stellen zijn. Uiteindelijk missen wij de instrumenten om de werkelijkheid te vatten waar we eigenlijk al middenin zitten. Dit is een grote paradox die nog verder uitgezocht moet worden. Maar de waarheid is dus dichterbij dan gedacht.