Blogs

  • Indelen in rasters

    Er moet nu eerst iets opgehelderd worden over de eenheid. Deze dient als basis van constructie; sterker nog: er kan van ‘zijn’ en ‘kennen’ geen sprake zijn zonder eenheid.

    We zijn ieder moment van de dag, bewust of onbewust, met bezig metafysica: het proberen te vatten van de niet-fysische werkelijkheid. Het ontnemen van de metafysische werkelijkheid (wat fundamenteel gezien niet kan) zou een leeg raster, een doods skelet achterlaten. De buitenwereld heeft een geest nodig die haar zin geeft; ik bedoel hier geen zin als doel, maar zin als ontologisch fundament.

    Als er een grond is, dan is het de eenheid; zij bevat grond, is grond, maar heeft ook geen grond nodig om te zijn. Het zogenaamde raster, de constructie, heeft daarentegen wel een grond nodig.

    De eenheid is de bestaansvoorwaarde en de mogelijkheidsvoorwaarde van het zijn. Het moge duidelijk zijn dat met eenheid het volledige eerste domein bedoeld wordt, aangezien de relatie van het 1e tot het 2e volledig parallel loopt aan die tussen eenheid en niet-eenheid. Met niet-eenheid wordt overigens bedoeld: ‘afgebakende’ eenheid, die ingedeeld is en daardoor ‘beperkt’ gemaakt. Constructie is dus een vorm van niet-eenheid.

    Over de volgordelijkheid: aangenomen dat de eenheid ‘gegeven’ is, betekent dit dat een willekeurige constructie een mogelijkheid, dus louter contingent is? Een onzuiver subject (ik) kan echter niet vanuit eenheid beginnen: het heeft een constructie als aanvang nodig. Ergo, het afpellen van een constructie om zodoende eenheid te bereiken, is net zo goed onmogelijk als het beginnen vanuit eenheid. Wij kunnen de ware eenheid niet vatten, en toch is ons bestaan, ons zijn, ons denken intrinsiek verweven met de eenheid.

    Wij ‘kennen’ op de een of andere manier eenheid, zonde te weten wat het nu precies is. Dit is vergelijkbaar met mijn eerdere stellingen over het benaderen van de waarheid: het is niet uitgesloten, maar we kunnen het exacte raakvlak niet vaststellen.

    Het is wel belangrijk te vermelden dat de sceptische of agnostische methode die ik hanteer voor alle kennis-aannames en speculaties geldt. Een constatering dat buiten de zon schijnt, en er dus een zon moet zijn, is een aanname. Een zogenoemd ingerasterd, geconstrueerd ‘feit.’ De stelling dat eenheid ten grondslag ligt aan het zijn, is een (gerichte) speculatie. Veel meer smaken hebben we helaas niet.

    Het gevaar ligt echter wel in al die tweedelingen: ik/buitenwereld, waar/conventioneel, 1e / 2e domein, eenheid/constructie etc. Ook al sluiten deze voor een groot deel op elkaar aan, toch verkleuren ze ook de ware bedoeling van mijn systeem. De termen moeten op een bepaalde manier gerelativeerd worden, zonder hun betekenis weg te nemen. Ik bedoel hiermee dat mijn systeem, juist door het gebruik van al die indelingen, diezelfde indelingen ook weer tussen haakjes zet en laat zien dat voor ons begrip die kaders nodig zijn. En de eenheid dan? Dat zou alle beperkingen toch opheffen? Deze exercitie wordt steeds vermoeiender…

  • Actief vanaf wanneer?

    De stelling uit mijn vorige blog, dat de gehele (conventionele) werkelijkheid, zoals die aan ons verschijnt, een actieve constructie is, zet ons voor een flink aantal nieuwe problemen.

    Ten eerste impliceert het dat constructie plaatsvindt vindt vanuit het ik, het subject. Datzelfde ik heeft een meervoudige rol in onze analyses gespeeld: het is zowel allesbepalend voor de kennis (vanuit het solipsisme), het is niet vast te pinnen (als een metafysische entiteit) en het is een verkeerde of vertekende weergave, omdat het de eenheid opdeelt in een schijnbare tegenstelling tussen ik en buitenwereld.

    Kunnen we stellen dat voor aanvang van constructie, er een ware realiteit is waar datzelfde ik deel van uitmaakt, om zich er vervolgens (tijdens constructie) geheel aan te onttrekken, door gelaagdheid te construeren? En hoe, als het al kan, is een beginpunt van dat ik aan te wijzen? Ik zou bijvoorbeeld kunnen stellen dat een pasgeboren baby een onbeschreven blad is, en nog niets geconstrueerd heeft. Dat is echter lang niet zeker. Het is aannemelijk dat de baby al voor de geboorte getekend wordt door gevoelens en gedachten, waardoor het zeker niet met een zogenaamde ‘neutrale blik’ geboren kan worden.

    Dit is trouwens ook allemaal on-gerichte speculatie. Er valt net zomin iets zinnigs over aanvang van het leven, als over het einde ervan te zeggen, zoals ik in de vorige blog heb genoemd. Dan: begint de constructie met de (totaal onbepaalde) aanvang van het bewustzijn? Deze laatste term zet ons voor nog meer moeilijkheden. Het bestaan of het zijn van een bewustzijn kan nooit empirisch dan wel logisch vastgesteld worden; dat maakt het met recht tot een metafysisch ‘ding.’ Dat geldt trouwens evenzeer voor de geest of ziel.

    Er zijn mensen die deze zaken terug willen voeren op materialistische oorzaken. Daar ben ik geen voorstander van: je kunt niet simpelweg twee conventioneel onverenigbare domeinen (fysische en metafysische) aan elkaar knopen door dezelfde spelregels te hanteren. En mijn gehamer op eenheid dan? Dat neemt de onderscheiden en lagen in ons domein (het 2e) niet weg, en probeert ze ook niet op te heffen. Ik heb niet de hoop, of zelfs het vermoeden, dat een gedegen uitleg van de eenheid alle fenomenen in onze belevingswereld zou kunnen verklaren. Het zijn immers compleet verschillende speelvelden.

    Even terug naar de constructie. Waar ik hiermee naartoe wil, is het volgende: we kunnen onze constructies niet ineens ongedaan maken. We kunnen immers ons ik, ons subject-zijn ook niet van ons afwerpen (zoals ik al vaak heb gesteld). Ik heb overigens wel gehamerd op het actieve aspect van constructie; als deze actief is, kan deze dan niet bijgesteld of gecorrigeerd worden? Het is zonder meer vast te stellen dat we onze ideeën en gedachtes aan kunnen passen, maar dit kan toch zeker niet met directe indrukken (om het onderscheid van Hume maar even te lenen)?

    Ik blijf echter bij het punt dat een zintuiglijke indruk niet louter passief is, en meteen wordt ingekaderd op het moment dat de indruk plaatsvindt. Maar hoe? En dat beginpunt impliceert weer het belang van tijd; wat is de betekenis hiervan? Er komen dus steeds meer vragen bij die onderzocht moeten worden…