Blogs

  • De transcendente beuk erin

    Het idee van een ‘idee’ als iets eeuwigs en onveranderlijks is voor ons ongrijpbaar. Onze geest dan wel rede kan van alles bedenken over deze ideeën, maar zal ze nooit kunnen vatten.

    Wij zitten vast aan het subjectieve, het Ik, dus aan het individuele. Iedere vorm van waarneming, iedere gedachte, iedere fantasie, ieder logisch oordeel, ieder ‘idee’ is een specifieke individuele component die niets van doen heeft met algemene waarheid. We doen heel erg alsof, maar zullen het Algemene, het ‘Volmaakte,’ het Onveranderlijke en ook het Alles nooit kunnen kennen. Als wij het wel zouden kennen, is het conventioneel: dus subjectief, bepaald en gestructureerd naar ons (mijn) Ik.

    Strikt genomen is het voor ons niet een niet-kennen, maar een deels-kennen, wat altijd deels zal blijven. Dit sluit aan bij mijn eerdere analyse van de benadering. Daarnaast sluit het ook aan bij veronderstelling: ik neem aan dat alles wat wij waarnemen, denken etc. niet per se foutief is, maar eerder deels juist, dus onvolledig.

    Kunnen we dan vaststellen welk deel van onze kennis dan precies juist is? Mijn voorlopige conclusie is: nee. Als we het juiste deel (en daardoor ook het onjuiste deel) kunnen bepalen, zouden we de hele waarheid vatten, en dat kunnen we niet.

    De menselijke geest of rede is imperfect. De waarheid zou door ons niet begrepen worden, zelfs als ze op een presenteerblaadje wordt opgediend. Dat is tegelijkertijd het wrange: we willen weten, streven naar meer en blijven pogingen doen, ook al moeten we ons beseffen dat die pogingen waarschijnlijk futiel zijn.

    De gedeelde grond, waar ik eerder over sprak, is alleen voor ons van belang. Voor een zuiver subject is alles: grond is, waarheid is, Ding an sich is; zonder structuur, schema, begin, einde of enig andere indeling. Wij mensen redeneren, bouwen op, creëren, vereisen grond. Als we zeggen ‘wij zijn’ of ‘ik ben,’ heeft dat een andere lading dan als een zuiver subject het zou zeggen.

    Nu een tegenvraag: hoe kunnen wij op de gedachte komen van een absolute waarheid of zuiver subject, die voor ons onkenbaar zijn? Als wij het bestaan van deze componenten vermoeden, zijn ze dan echt onkenbaar? Het punt is dat wij voor onze kennis dingen toe moeten voegen om de waarheid behapbaar te maken. We kaderen, bouwen structuren, parkeren moeilijke vragen etc. Als we ons ten volle zouden beseffen wat we precies aan het parkeren (buitensluiten) zijn, verliezen we ons verstand. Als we te lang recht in de zon kijken, worden we blind; zo is het ook met de waarheid.

    Want een gewaarschuwd mens telt voor twee.

  • Onvoorwaardelijk begripvol

    In de blogs tot nu toe heb ik al enkele begrippen en scheidslijnen gedefinieerd die bepalend gaan zijn voor het uitwerken van mijn visie. Het kan zeker geen kwaad om even uit te zoomen, om daardoor wat helderheid te verkrijgen over het specifieke gebruik van enkele begrippen.

    Een van die begrippen is ‘grond.’ Dit begrip staat aan de basis van onze analyse; de vraag naar de grond van het zijn is immers het centrale thema hier.

    De grond is a priori, en niet verder bewijsbaar of afleidbaar (vgl. met Fichtes absolute Ich). De grond is de basis voor al het zijn en dus voor alle kennis over het zijn. De voorlopige scheidslijn die ik getrokken heb tussen ‘waar’ en ‘conventioneel’ heeft alleen betrekking op ons type (menselijk) subject.

    De grond is (let wel, zonder het woordje ‘er;’ hier is geen sprake van speculatie). Wij kunnen over de grond spreken, denken, systematiseren etc.; dat toont aan dat er wel bewustzijn is over iets dat wij niet kunnen kennen. Als wij het direct in onze ken-sfeer trekken, is het conventioneel en beperkt door begrippen, die voor ons nodig zijn om te denken en te leven.

    Er lijkt nu een contrast te zijn tussen de twee domeinen, waarbij elke speler slechts één domein kan kennen. Het zuivere subject kent de waarheid, de Dinge an sich. Ieder ander type subject bezit slechts conventionele kennis (veronderstellingen) over de (aanschouwelijke) realiteit.

    Maar, zoals ik eerder heb gezegd, is de basis grond. Ieder subject heeft toegang tot kennis die is te herleiden tot de grond. Dit leidt dan tot de volgende hypothese: als wij conventioneel de grond hebben vastgesteld, dan hebben wij dus ook de grond van de waarheid bepaald, omdat het om dezelfde grond gaat. Zonder te weten wat die grond precies is. En zelfs met die grond kunnen we niet tot waarheid komen, vanwege het ik-filter en de conventie.

    Het is alsof je met een telescoop naar een ver sterrenstelsel kijkt, en ziet dat verschillende objecten naar één punt worden getrokken. Je vermoedt dat er iets is, een ster of planeet, zonder dat je dat punt echt kunt zien. Dat punt vormt echter wel de verklaring voor de beweging van de omringende objecten.

    Zo is het ook met de grond: deze kunnen wij ook niet direct ‘zien.’ En toch is de grond, onvoorwaardelijk en onherleidbaar. Door deze analyse hebben wij de buitenste sferen van het zuivere subject aangeraakt; een lichte en voorzichtige aanraking, maar ook een met mogelijk verstrekkende gevolgen…