Blogs

  • Opeens waren er nog twee domeinen

    Het introduceren van een zuiver object behoeft nog veel toelichting. Niet alleen omdat er meerdere begrippen aan verbonden zijn, maar ook omdat deze verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden.

    Ten eerste: de domeinen waar ik in de vroegere blogs over gesproken heb (nl. het ware en het conventionele domein) hebben betrekking op kennis. Waar ik met de vorige blog echter naartoe wilde, is het ontologische domein. Net zoals bij de kennisdomeinen, zijn er ook twee ontologische domeinen te onderscheiden.

    Het eerste is het holistische, zuiver objectieve domein en het tweede is het gelaagde, gecategoriseerde, subjectieve (ik)-domein. Het eerste is strikt genomen onkenbaar, en er kan slechts over gespeculeerd of verondersteld worden; het tweede daarentegen is kenbaar, maar geeft slechts een vertekende weergave van de werkelijkheid aan.

    Om terug te komen op de eerdere stelling dat er uiteindelijk maar één zijnsgrond is: dit geldt ook voor deze domeinen. Het moeilijke met het 1e domein echter is dat er hiervoor geen categorieen zijn, zoals grond, subject, Ding an sich etc. Die zaken zijn allemaal inwisselbaar. Dat is voor ons moeilijk voor te stellen; laten we het erop houden dat die begrippen voor ons noodzakelijk zijn om het domein enigszins te ‘vatten’ (dat laatste staat tussen aanhalingstekens, omdat wij het 1e domein in strikte zin niet kunnen vatten).

    We zouden, en dat heeft niet mijn voorkeur, volstrekt andere woorden kunnen gebruiken of verzinnen om de ongrijpbare aard van het 1e domein mee aan te duiden. Ik kies er echter voor om het 1e domein netjes ‘in te delen,’ analoog aan ons domein. Maar zoals ik al regelmatig aangegeven heb: we kunnen slechts doen alsof; alsof deze indeling de waarheid of werkelijkheid zou kunnen benaderen.

    Dit is een grote breuk met de wending naar het subject, zoals aangezet door Kant en later uitgemond in de fenomenologie. Voor nu is het wel zaak om de vicieuze cirkel te doorbreken: door middel van ons denkvermogen en logica een domein proberen te doorgronden dat geen boodschap heeft aan de mens, de rede, de geest of de logica. Niet dat deze zaken irrelevant zijn in het licht van het 1e domein; we weten eenvoudig niet op welke tredes ze staan op de ladder van het Alles.

    We weten strikt genomen niet of er een wereld is buiten het ik, maar we veronderstellen het. Hetzelfde moeten we doen met het 1e domein.

    In het hoofdwerk heb ik uitgelegd dat het niet om twee domeinen ‘naast elkaar’ gaat, maar om twee perspectieven van dezelfde werkelijkheid. Beide zijn ontologisch ‘waar,’ afhankelijk van het perspectief. Om een vergelijking te maken met ruimtelijke dimensies: je kunt bijvoorbeeld een driedimensionaal object op papier tweedimensionaal weergeven. Het perspectief kan wisselen, terwijl het object hetzelfde blijft.

    Er zijn zeker nog wat haken en ogen te tackelen in dit project, maar we weten nu in ieder geval in welk domein wij zitten. We hebben wel pech: we kunnen helaas niet switchen.

  • De sprong naar het object


    Er is in mijn lijn van denken gaandeweg een bijzondere verknoping van begrippen ontstaan, waar Schopenhauer overigens erg kritisch op zou zijn geweest.

    Het ik staat centraal in mijn visie, en per definitie is alles wat wij waarnemen, denken etc. subjectief. Tegelijkertijd zeg ik dat er wel degelijk een ‘objectieve’ waarheid is, die voor het ik niet kenbaar is. En tot overmaat van ramp zeg ik dat iedere bewering over kennis en waarheid van onze kant louter een veronderstelling is. Maak ik de hele redenering dan niet circulair, en daardoor ook onschadelijk?

    Om terug te komen op mijn vorige analyses: het ik ligt niet aan de basis van alle kennis. Het zuivere subject is geen ik, en dus ook niet beperkt door de conventies van het ik. In aanvulling op mijn eerdere stelling dat mijn visie subjectivistisch is, wil ik hier wel een prominente rol van het object belichten.

    Er is (of kan zijn) een objectieve ‘gegeven’ buitenwereld die niet gekend hoeft te worden om te zijn. Hetzelfde geldt voor het zuivere subject, dat niet hoeft te kennen om te zijn. Zoals eerder aangestipt, zijn de begrippen object en subject compleet irrelevant voor een zuiver subject; wij, ik, hebben de begrippen echter nodig om de werkelijkheid te kaderen.

    Het is verleidelijk om zowel het zuivere subject, als het zuivere object één te maken en te bestempelen als het Ding an sich; om het daarmee ook de grond van het Alles te maken. Ook al ben ik zwaar geïntrigeerd door het Ding an sich en speelt het hier een prominente rol, toch denk ik dat deze stappen te snel en ondoordacht zijn.

    Ook wil ik nogmaals de kracht en het belang van gerichte speculatie benadrukken. Als wij (mijn voorgangers) kunnen spreken over zaken als bepaald in ruimte en tijd, hoe kunnen we dan spreken over zaken buiten ruimte en tijd? In de lijn van Wittgenstein en Schopenhauer zou ik zeggen: daar moet je niet over spreken. Maar goed, we zijn hier nu toch.

    Het Alles, dat kenbaar is voor het zuivere subject, is uniform, onveranderlijk en holistisch. Met holistisch bedoel ik hier dat alles één geheel is, ook al lijkt het voor ons een verdeling (in subject, Ding an sich etc.). Dit lijkt ver buiten ons voorstellingsvermogen te liggen, omdat wij zaken als eeuwig en onveranderlijk nooit kunnen vatten, maar toch dring ik aan op een zo ver mogelijke expansie van onze voorstelling. Binnen de theoretische fysica worden immers ook de nodige ‘abstracte’ constructies geponeerd, die veel van ons voorstellen vergen.

    Ik ga proberen de hierboven beschreven indeling ook schematisch weer te geven. Dat wordt lastig, maar een goede benadering is nog altijd beter dan een slechte treffer.